Verlaagt of verlaagd: het verschil simpel uitgelegd

Twijfel je tussen 'verlaagt' of 'verlaagd'? Je bent niet de enige. Veel Nederlandstaligen aarzelen of er een t of d aan het einde moet staan. Het goede nieuws: de regel is overzichtelijk en eenmaal door, niet snel vergeten.

Wanneer schrijf je verlaagt?

Verlaagt schrijf je in de tegenwoordige tijd, wanneer het onderwerp van de zin hij, zij, het, u of een naam is. Bijvoorbeeld:

  • De gemeente verlaagt het tarief van de afvalstoffenheffing.
  • De CEO verlaagt zijn salaris vrijwillig.
  • U verlaagt het risico door deze maatregel te nemen.

De stam van 'verlagen' is 'verlaag'. Bij hij/zij/het in de tegenwoordige tijd komt daar een -t bij. Hetzelfde patroon als 'hij maakt', 'hij koopt', 'hij verlaagt'.

Wanneer schrijf je verlaagd?

Verlaagd schrijf je in twee gevallen:

  • Als voltooid deelwoord: na een hulpwerkwoord zoals is, heeft, was of had. Bijvoorbeeld: de huurprijs is verlaagd.
  • Als bijvoeglijk naamwoord: vóór een zelfstandig naamwoord. Bijvoorbeeld: een verlaagd plafond.

Bij het voltooid deelwoord kun je altijd vragen: "is/heeft het al gebeurd?". Als het antwoord ja is, hoort er een d aan het einde.

De handigste truc: 'maakt' of 'gemaakt'?

Een populair ezelsbruggetje: vervang 'verlagen' door 'maken'. Als 'maakt' past, schrijf je 'verlaagt'. Past 'gemaakt' beter, dan is het 'verlaagd':

  • "Hij verlaagt de prijs" → "Hij maakt de prijs lager" → maakt past, dus verlaagt.
  • "De prijs is verlaagd" → "De prijs is gemaakt lager", oftewel een voltooid moment → verlaagd.

Werkt niet alleen voor 'verlagen', maar voor vrijwel elke Nederlandse twijfel tussen -t en -d aan het einde van een werkwoordsvorm.

Veelgemaakte foutjes

Een paar zinnen waar mensen vaak struikelen:

  • "Het verlaagde plafond..." (correct: hier is 'verlaagde' een bijvoeglijk naamwoord met verbogen -e).
  • "De koers wordt verlaagd" (correct: voltooid deelwoord na 'wordt').
  • "De koers verlaagt vandaag" (correct: tegenwoordige tijd met hij/zij/het).

De vervoeging is consistent zodra je weet of er sprake is van een handeling die nu gebeurt of een handeling die al is voltooid.

Tot slot

Verlaagt of verlaagd: het komt aan op tijd en functie. Tegenwoordige tijd na hij/zij/het is verlaagt, voltooide tijd of bijvoeglijke functie is verlaagd. Met dit kort overzicht heb je het in een minuut helder.